<< Mei 2013 >>
MaDiWoDoVrZaZo
    1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31    

maandag 27 mei 2013 | 20:30 vertoning

locatie: OFFoff

verwante programmas

Clair Obscur

James Watson & Melville Webber
The Fall of the House of Usher USA, 1928, 12', zwart-wit, 16mm

Barbara Hammer
Sanctus USA, 1990, 19', kleur, 16mm

Werner Nekes
Little Night DE, 1979, 14', kleur, 16mm

Peter Tscherkassky
Dream Work AT, 2001, 11', zwart-wit, 35mm

In dit programma brengen we onder de noemer Clair Obscur enkele films samen die zich op het grensgebied bevinden tussen dag en nacht of tussen droom en werkelijkheid.

The Fall of the House of Usher, naar het gelijknamige verhaal van Edgar Allan Poe, is een van de bekendste films uit de pioniersjaren van de Amerikaanse avant-garde film. De filmmakers waren amateurs die hun sporen hadden verdiend in andere domeinen. Watson was niet alleen editor van een literair tijdschrift maar ook een geschoold medicus. Webber was een kunsthistoricus en ontwierp en schilderde de sets voor 'Usher'. De film baadt in een sfeer van mentale instabiliteit en 'gothic' elementen. Het huis van de Ushers is een metafoor voor de waanzin van de bewoners. Beelden van instortende trappen en ronddobberende doodskisten verraden, net als het gebruik van roterende vervormende lenzen, de invloeden van de Duitse expressionistische film en de vroege Franse avant-garde.

Na WO II demonstreerde Watson zijn twee passies, filmmaken en de medische wereld, in een serie komische röntgenfilms. Deze opnames vormen de basis voor de kortfilm Sanctus van Barbara Hammer, eertijds gehyped als een pionier van de 'queer cinema'. Sanctus lijkt uit te gaan van het overbekende dictum van het lichaam als tempel - in de interpretatie van Hammer: een lichaam dat nood heeft aan bescherming tegen een corrumperende en ziekmakende omgeving. De oude röngtenopnames zijn ingekleurd en georkestreerd met behulp van optical printing.

Werner Nekes (°1944) is een Duitse experimentele filmmaker die alles verzamelt wat met de voorgeschiedenis van de film heeft te maken (optische speeltuigen, laterna magica, panoptica etc.). In Little Night, een film waarin een slapend meisje geplaagd wordt door angstdromen, maakt hij gebruik van een zelfontworpen 'scanner' voor de groteske cinematografische effecten. Ze reminisceren aan de magische sfeer van de hele vroege 'special effects' cinema.

Peter Tscherkassky (° 1958) is een Oostenrijkse avantgarde filmmaker en -theoreticus die uitsluitend found footage gebruikt. Al zijn werken bestaan uit filmbeelden die danig werden bewerkt in de donkere kamer, zonder gebruik te maken van computer-editing. Het resultaat is nooit droog-academisch, maar vaak uiterst intens en dynamisch. Dream Work, een onderzoek naar film als een manier van collectief dromen, verwijst voortdurend naar Man Ray en diens surrealistische beeldtaal en technieken. Het werk is het sluitstuk van Tscherkassky's Cinemascope Trilogy (de andere titels zijn L'Arrivée en Outer Space).